Pleekrantkalender oktober 1982

Appelen varen

Je hoeft de krant maar open te slaan:

Ik ken een visser van beroep, die weigert nog langer z’n eigen gevangen vis te eten. Hij ziet wat hij in z’n netten vangt en bedankt ervoor.
Hij walgt ervan. Hij ziet de olievlekken op zee, de zoutlozingen en het gedumpte kernafval, de chemische bestrijdingsmiddelen en de jacht op alles wat leeft. En hij besluit voor zichzelf om zijn eigen gevangen vis niet meer te eten.
Wie appelen vaart, die appelen eet is een spreekwoord wat voor hem niet opgaat. Of toch wel?
Want hij weigert wel te eten wat hij vangt, maar hij vist ondertussen gewoon verder. Gevangen in zijn eigen net.

Zitten we niet allemaal in hetzelfde schuitje?
We weigeren zelf nog langer deel te nemen aan allerlei ziekteverschijnselen, maar zijn er ondertussen zo afhankelijk van geworden dat we gedwongen zijn voor ons brood er mee door te gaan.
De kippenfokker, de kalvermester, de wetenschapper, maar ik ook met mijn hypotheek voor dertig jaar.
Gevangen in ons eigen net.

Als we ons ene been heel bewust proberen te bevrijden uit deze omknelling zuigt het drijfzand het andere been ondertussen geheel weg.
Hoelang blijven we het ons nog bewust, waar we mee bezig zijn?
En hoelang blijven we nog creatief zoeken naar onze alternatieven?
Als dat ontbreekt, kunnen we alleen nog maar vechten voor zelfbehoud.
Vechten betekent verlies.
Ik heb al verloren.


de ellende
begon pas goed
toen men het buskruit
uitvond
blij dat ik het niet was