Ontwikkelingshulp of hoe maak ik goedkoop winst

Laten we eens orde op zaken stellen. Laten we nu eens elkaar duidelijk voor ogen houden, dat wat wij ontwikkelingshulp noemen, helemaal geen ontwikkelingshulp is. Wanneer wij als Nederlanders over enkele jaren 5 tot 10% van ons inkomen besteden aan ontwikkelingshulp, betekent dat niet dat we de ontwikkelingslanden steunen, maar dat we de eigen economie ontwikkelen. Hulp behoort in principe in het belang van de ontvanger te zijn. Maar dat is niet zo. De praktijk wijst uit dat de gebonden hulp ± 50% van onze ontwikkelingshulp is, gebonden hulp eenvoudig een injectie vormt aan het eigen bedrijfsleven.

Gebonden ontwikkelingshulp betekent zoveel als dat iemand geld leent aan een ander onder voorwaarde dat de gever mag bepalen wat de ontvanger daarvoor mag kopen en waar. En dan gaat het niet meer in het belang van de ontvanger maar in het belang van de gever. Want wat is voor een land als het onze gemakkelijker voor de eigen economie om 10 miljoen gulden uit te lenen aan een ontwikkelingsland tegen normale leningsvoorwaarden, met daarbij de macht te bepalen dat men dat geld moet besteden aan producten in ons land van een bedrijfstak die het momenteel nogal moeilijk heeft. Wanneer de ontvanger zelf kon uitmaken wat het met het geld wil doen, zal het zeker naar het land kijken dat dezelfde producten beter en of goedkoper kan leveren. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom onze hulp geen hulp is. Bovendien zal het in de toekomst pijnlijk openbaar worden, dat onze hulp in feite geen hulp is. En dat de ontwikkelingslanden in feite niets opschieten met onze hulp.

Binnen enkele jaren, zo is uitgerekend, zal de schuld aflossing van de ontwikkelingslanden bij elkaar van dat jaar net zo groot zijn als de totale ontwikkelingshulp die ze in dat jaar ontvangen. Zo wordt het ook duidelijk dat het niet zo eigenaardig is dat er maar drie landen zijn die geen ontwikkelingshulp krijgen, waaronder Cuba en China, maar die in welvaart veel sneller stijgen dan de overige wel ontwikkelingslanden. Wij bouwen niet een echt stuk ontwikkelingshulp op, maar houden een soort neo-kolonialisatie in stand, die niets met ontwikkeling te maken heeft.

Het principe van 200 jaar geleden, dat de koloniën voor de grondstoffen zorgen en wij voor het vervoer en fabricage van halffabrikaten en eindproducten wordt niet aangetast.
En daar zou men verandering in aan moeten brengen. Want de grondstoffen brengen steeds minder op, doordat wij met diezelfde grondstoffen steeds meer kunnen doen. Maar de producten die wij er van hebben gemaakt mogen zij steeds duurder van ons terug kopen. Zo houdt men de armoede in stand, en houdt men de ontwikkelingslanden economisch zowel als politiek, geheel gebonden aan de Westerse en Oosterse wereld.
Als je daar dan de werkelijkheid van de Ontwikkelingshulp bij optelt, krijg je een zaak waar je misselijk van wordt.

Ook Nederland handelt zo.
Ook de Christelijke politieke partijen handelen zo.
En iedereen die hier geen protest tegen aantekent, handelt zo, want men stemt er mee in. Daarom moet er wat aan gedaan worden. En snel. We moeten gaan beseffen dat ontwikkelingshulp veranderd moet worden tot ontwikkelingssamenwerking. We moeten gaan beseffen dat we wanneer we aan de werkelijke toestand geen verandering brengen (structuurverandering), wij over 200 jaar nog steeds MEMISA acties kunnen houden. We moeten beseffen dat MEMISA en NOVIB en SIMAVI in de huidige toestand geen lepra kunnen uitroeien, maar er slechts voor kunnen zorgen dat een kind het nu niet op haar achtste jaar krijgt maar op haar tiende jaar.

We moeten gaan beseffen dat de lepra allang onder de knie zou zijn, wanneer de mensen voldoende te eten zouden hebben.
Dan zouden ze ook niet zoveel ziekenhuizen nodig hebben als nu het geval is.

Ik verwijt SIMAVI, NOVIB, MEMISA niets, waar zouden we zijn wanneer we ook deze organisaties niet hadden. Maar zij kunnen pas wat definitief goeds gaan bewerkstelligen, wanneer dat hand in hand gaat met structuurverandering. Wij moeten gaan beseffen dat het niet om liefdadigheid gaat van onze kant, maar om het recht van een menswaardig bestaan van hun.
Het gaat om de plicht van ons om te protesteren. En, om je als Christen diep te schamen, omdat wij daar verantwoordelijk voor zijn.