Zwakzinnigen en seksualiteit

Wat moet je ermee?

- een gedachte over een idee -

  • Waarom een probleem?
  • Waar begint de weg?
  • Het kind van de rekening

Een ‘denk-en-dan-pas-praatstuk’

Waarom een probleem?

Het opvoeden en/of begeleiden van een zwakzinnige is een taak, welke zich in het bijzonder kenmerkt door wederzijdse problemen. Wanneer dit begeleiden gebeurt op basis van een volstrekt open relatie met elkaar, zal dat betekenen dat de zwakzinnige geen enkel probleem bespaard zal blijven. Echter: hij zal weten nooit alleen te staan, omdat de ander samen met hem voor dat probleem staat.
Principieel gezien betekent dit dat de ‘begeleider’ zelf voor niets uit de weg gaat. Dit houdt een continu ontwikkelingsproces in van de begeleider in relatie tot de zwakzinnige en in relatie tot alle andere hem omringende levensomstandigheden. Even principieel betekent dit ook, dat de begeleider ditzelfde recht (voor niets uit de weg gaan) toekent aan hem, die hij begeleidt (compleetheidgedachte). Mat andere woorden, alles samen.

Het is nu dit woordje samen dat zoveel moeilijkheden schijnt te geven.
Jij en ik samen levert wellicht een fijne situatie. Echter, wanneer je de zwakzinnige mens samen neemt met ZIJN seksualiteit, barsten de problemen plotseling uit hun voegen.

We zijn vol vertrouwen t.a.v. allerlei dingen die de zwakzinnige doet of laat, óók dingen die regelrecht betrekking hebben op andere(n) zwakzinnigen. Veel dingen, die daarin niet helemaal soepel of vlekkeloos verlopen kunnen we gemakkelijk accepteren door het verwerpelijke ‘Daar zijn ze zwakzinnig voor’ of door het positieve ‘Dit is hun manier’.
Maar zodra seksualiteit in het spel is, komen de zaken stuk voor stuk anders te liggen.
Dan komt er een duidelijke neiging naar boven om niet uitsluitend de problemen rond het seksuele gedrag te accepteren, maar om het gehele seksuele gedrag niet te accepteren.

Waarom
Het antwoord hierop, zoals ik het zie, is even triest als hard. Omdat mogelijk als gevolg daarvan behalve wijzelf, ook de zwakzinnige er de dupe van wordt. Omdat ik vind dat dat niet mag is het antwoord ook echt hard.

Ten eerste: Het probleem van de seksualiteit bij de zwakzinnige is ons probleem, NIET zijn probleem. Hij zit er niet mee, wij zitten er mee.
Daarom ben ik ook van mening dat WIJ uit dat probleem moeten komen.
Zolang dit niet het geval is, mogen we de zwakzinnige niet de dupe laten worden van paniekmaatregelen of noodverbanden, waarmee we hem wel voor de voeten lopen, maar verder uitsluitend laten zien er nog lang niet zelf klaar mee te zijn.

Ten tweede denk ik dat seksualiteit bij zwakzinnigen zo'n groot probleem is, omdat het voor onszelf een levensgroot probleem is.
Je heb nog nauwelijks enige duidelijkheid in je eigen leven om te weten welke rol daarin de seks voor jezelf speelt.
Dat maakt je bang in de benadering van de zwakzinnige op dit punt. Vervolgens loop je de zwakzinnige dan voor de voeten met die paar (wellicht niet onbelangrijke) dingetjes, die je dan net wél weet te vertellen over seksualiteit. Ik hoef het verhaaltje niet af te draaien: zwangerschap/geslachtsziekte/’duurzame relatie’ enz.

Ik dacht dat bovenstaande twee factoren uiterst belangrijk zijn voor de beantwoording van de vraag waarom seksualiteit m.b.t. zwakzinnigen een probleem is.
Welnu, wees dan ook eerlijk in je houding t.o.v. de zwakzinnigen en vertel hem, wanneer iets dergelijks actueel is, dat je het ook niet precies weet.
ALLEEN DAN mag je hem wijzen op die kleine, niet onbelangrijke dingen, onderdelen van de seksualiteit, die je WEL weet.

Conclusie:

  • Het is een probleem, omdat het ons probleem is en niet een probleem van de zwakzinnige.
  • Het is een probleem, omdat wij er een probleem van maken.
  • Het is een probleem, omdat wijzelf t.a.v. onze eigen levenshouding in een probleemsituatie verkeren.

Consequentie
Zolang we, ieder voor zich, zelf in onze eigen leefwereld, geen handen en voeten weten te geven aan onze relaties die we hebben, niet weten om te gaan met het seksuele aspect binnen die relaties, is het onverantwoord de zwakzinnige op dit terrein te hinderen op ZIJN weg. Het argument dat je dan niet functioneel meer zou kunnen ‘begeleiden’ wijs ik van de hand op grond van mijn overtuiging, dat de eerlijke ‘dat ik het ook niet precies weet’ opstelling een kwalitatief hoogstaande basis is om te begeleiden.
Dus de consequentie is:

  • ontzettend snel zorgen dat je zelf uit je problemen komt;
  • met de kennis die je hebt verkregen uit de verwerking van je problemen, de zwakzinnige tegemoet treden.

Waar begint de weg?

Altijd weer een actuele vraag.
Je kunt het ‘samen naar bed gaan’ verbieden, maar de seksuele handelingen die aan het ‘naar bed gaan’ vooraf gaan kunnen legio zijn. Op zo’n moment is een dergelijk verbod een volkomen misplaatste zaak.
Waar begint de weg?

Er was eens een relatie tussen twee mensen. Die was begonnen op basis van het feit dat ze collega's, buren, vrienden, familie of weggebruiker waren, waardoor ze elkaar regelmatig/veel of weinig tegenkwamen.
Op grond daarvan kreeg die relatie inhoud.
Welnu, op het moment dat je de inhoud van zo'n relatie wilt laten groeien, veelzijdiger laten worden, open je die weg.
Zodra je de ander niet meer uitsluitend ziet als degene die hij tot dusver voor je is geweest, maar werkelijke interesse, belangstelling toont voor zijn andere eigenschappen als mens komt automatisch eens het moment dat je wenst aan die groeiende inhoud seksuele waarde toe te kennen.
Daar, en nergens anders begint die weg.

We wandelen reeds op die weg, wanneer we het gedrag van onze relatie door onze ‘seksuele bril’ bekijken. Er zijn talloze momenten, waarop we dit bewust of onbewust doen.

Welnu, we weten hoe – maatschappelijk gezien – hieraan geen gevolg mag worden gegeven.
Het is dan ook triest, kijkend in de wereld om je heen, hoe aan steengoede relaties het seksuele aspect in zijn natuurlijke vorm onthouden wordt en hoe het frustrerend werkt, kun je gemakkelijk aflezen aan het geforceerde gedrag dat t.o.v. elkaar wordt geuit.
We wandelen op die weg, maar weigeren zowel de stoep als de straat te kiezen.
Een zeer ongemakkelijke houding in ieder verkeer.

Conclusie:

  • Je bewust zijn van de ongelukkige wijze waarop je bovenstaand probleem in je eigen leven hanteert maakt het ONAANVAARDBAAR een dergelijk patroon aan zwakzinnigen (op) voor te leggen.
  • Ook de zwakzinnige krijgt te maken met de seksuele bril, waardoor hij naar de ander kijkt en bevindt zich dus reeds op de weg, welke spontaan overal eindigen kan; dus ook in bed.

Consequentie
Dus de consequentie is dat de zwakzinnige op grond van een relatie volledige vrijheid heeft om deze weg te gaan en daarbij mag rekenen op elke steun van de begeleider in welke vorm of situatie dan ook.

Het kind van de rekening

Beide vorige hoofdstukjes zijn mijn overtuiging.
Hetgeen nu nog volgt mag dan ook niet gezien worden als een ‘terughalen van wat net gegeven is’.

  1. Het is de taak van de begeleider, en dus diens verantwoordelijkheid, om vanuit ‘Vrijheden en Beperkingen’ de zwakzinnige tegemoet te treden.
  2. Hoe groter de vrijheid, hoe groter zijn begrenzing. Een relatie bestaat uit twee mensen. Zoals t.a.v. alle zaken, zal ook t.a.v. de seks de begeleider hem/haar moeten beschermen die het slachtoffer dreigt te worden van alles waar te voor staat. Te veel, Te vaak, Te snel, Te ver, enz.
  3. Het kind dat geboren kan worden, vraagt deze bescherming NU al. Evenzeer t.a.v. de vraag of het een gewenst kind zou zijn ofwel de vraag naar de toekomst van het kind.

Verder fantaserend denk ik aan de verantwoordelijkheid van de begeleider op het punt Hygiëne. Ook de zwakzinnige wenst liever geen geslachtsziekte.

Ten slotte koppel ik aan het feit dat de zwakzinnige recht heeft op menselijke seksualiteit de verantwoordelijkheid van de begeleider om de zwakzinnige te begeleiden in JUIST het menselijke van de seks in tegenstelling tot het dierlijke.

Wanneer we daarbij de acceptatie kunnen opbrengen, die we t.a.v. zoveel andere zaken ook kunnen opbrengen, geloof ik dat we opnieuw een stap gedaan hebben in de richting van ons einddoel:
‘De zwakzinnige in ons leven te integreren en wij in dat van hen,
op basis van acceptatie en menszijn’.

Compleetheidgedachte.

1 ziel
1 gedachte
1 november 1976

jAap Kardol